Het Vlissingse straatbeeld was van oudsher gestoffeerd met urinoirs. In de middeleeuwen waren urinoirs nog niet echt een veel voorkomend fenomeen en deed men zijn behoefte waar zich een muur of donker hoekje voordeed - het wildplassen avant la lettre dus. Er is altijd een topografische relatie geweest tussen de horeca en het urinoir - urinoirs bevonden zich op strategische plaatsen in de stad. Die locatie werd natuurlijk bepaald door knooppunten van toevallige passanten, maar schijnbaar ook door de aanwezigheid van café's. Wellicht beschikten sommige, vaak morsige, etablissementen in die vroege jaren domweg niet over een urinoir en bood een exemplaar in de directe nabijheid verlichting.
Vanaf de jaren '60 ging het bergafwaarts met de urinoirs - het merendeel werd afgebroken en spaarzaam werd het stadsbeeld verrijkt met van die mobiele kunststoffen dozen. De klachten over het wildplassen zijn echter nog steeds niet van de lucht.
Urinoir op Bellamypark bij De Zwarte Ruiter ca. 1910
Krulpisbak Nieuwendijk bij Universel ca. 1930